West-Friesland

Het standbeeld van J.P. Coen door de jaren heen: protest is er altijd al geweest

19 juni 2020, 07.30 uur · Aangepast 25 juni 2020, 11.45 uur
Door Simone van der Lee · Foto: NH Nieuws / Chantal Bos

Whatsapp

HOORN - De historische stad Hoorn zal vandaag tijdens een protest in het teken staan van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, dat al voor zoveel beroering zorgde. Al meer dan 100 jaar woekert de discussie over het beeld voort. Voor de één is Coen een oude held: een representatie van de sterke Hollandse handelsgeest en onderdeel van ons cultureel erfgoed. Voor de ander is hij echter niks meer dan een moordenaar, verantwoordelijk voor de dood van duizenden onschuldige mensen. Maar wanneer is de discussie rondom het beeld ontstaan en wat voor vormen van protest zijn er geweest? NH Nieuws blikt terug op de geschiedenis.

1893: de 'feestelijke' onthulling van het standbeeld

Op 20 mei 1893 wordt het standbeeld van Jan Pieterzoon Coen onthuld op de Roode Steen in Hoorn. Het was een idee van een oud-burgemeester van Hoorn, die het geld voor het standbeeld bijeen wist te brengen.

Verschillende kranten schrijven over de 'feestelijkheden' die worden georganiseerd ter ere van het standbeeld en schrijven over Coen als een fatsoenlijke man. "Met de stichting van een standbeeld voor Coen is de stad een teken rijker weer geworden van haar groot verleden", schrijft de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 30 mei 1893. De krant schrijft ook dat er tijdens de onthulling theaterstukken worden opgevoerd en tableaus vivants (levende schilderijen) uit het leven van Coen worden getoond. 

Weekblad de Amsterdammer schrijft wel over de kritiek die het standbeeld voor een omstreden man als Coen bij burgers heeft opgeroepen. Maar, zo schrijven zij ook, 'is het de vraag, of hij, bij minder voortvarendheid en een zachtzinniger optreden, zijn doel zou hebben bereikt en Nederland thans nog onder de koloniale mogendheden een belangrijke en eervolle plaats zou innemen'.

Desondanks zijn zeker niet alle kranten zo positief over deze zogenoemde VOC-held. Zo vraagt de democratische krant Recht voor Allen twee dagen voor de plaatsing van het standbeeld wél duidelijk aandacht voor de 'gruweldaden' die Coen destijds in Nederlands-Indië pleegde. "Wij wijzen er alleen op, dat wanneer zelfs in onze eigen boekwerken mannen als Coen worden aangevallen, zij het gewis zeer bond gemaakt moeten hebben", schrijven zij.

Tekst gaat door onder foto

Beeldbank Vereniging Oud Hoorn. Onthulling van het standbeeld in 1893

Maar ook voor de komst van het standbeeld is er al kritiek op de daden van Jan Pieterszoon Coen en het vereren van hem. Zo stelt de historicus J.A. van der Chijs in 1886 dat er bloed aan zijn naam kleeft en dat één standbeeld voor Coen, namelijk die in Batavia, wel genoeg is. En Van der Chijs is niet de enige die kritiek had destijds, aldus Eric van der Beek die in 2011 een anti-Coen protest hield. "Onder historici heeft Coen altijd bekend gestaan als foute Nederlander."

Wie was Jan Pieterzoon Coen?

 

Ruud Spruit schreef in 1987 een boek over Coens werkzaamheden voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie, ter ere van zijn 400ste geboortedag, waarin zijn succesvolle carrière gedetailleerd uit de doeken wordt gedaan en er geprobeerd is "een eigentijds beeld te schetsen van Coen", zo schrijft Vereniging Oud Hoorn in dat jaar.

 

De voormalig gouverneur-generaal van Nederlands-Indië werd in 1587 geboren in Hoorn. In Rome genoot hij een opleiding als boekhouder en hij begon zijn carrière bij de VOC dan ook als onder-koopman. Na een kritisch rapport over de mankementen van de VOC werd hij benoemd tot directeur-generaal met een duidelijk doel voor ogen: het versterken van de positie van de VOC in het Verre Oosten. In 1617 werd hij benoemd tot gouverneur-generaal. Hij werd vooral bekend vanwege de verovering van Jacatra, wat Batavia zou gaan heten.

 

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond ook steeds meer kritiek op de daden van Coen. Zo kwam zijn gruwelijke moordpartij op de Bandanezen, omdat zij het specerijen-contract dat zij met Nederland hadden niet konden nakomen, onder de aandacht. Tijdens deze slachtpartij vonden maar liefst 15.000 mensen de dood.

J.P. Coen als marketingobject

Hoewel het standbeeld gedurende de jaren regelmatig als marketingobject wordt gebruikt, zoals te zien is op verschillende ansichtkaarten, blijft de kritiek op het beeld na de plaatsing ervan bestaan.

Zo schrijft het NRC Handelsblad in 1929 over het leven van Coen, waarbij ook zijn negatieve daden worden besproken: "Deze strafexpeditie beslaat de spreekwoordelijke bloedrode bladzijde in onze koloniale geschiedenis."

Tekst gaat door onder foto

Westfries Archief. Ansichtkaart uit 1910

 Voortdurende protesten

Ook vanaf de jaren zestig is er gedoe om het beeld. "Het beeld werd wel eens beklad met rode verf", vertelt Eric van de Beek. 

In de jaren negentig begon Dirk Beemster met een protest tegen het standbeeld. "Het begon voor mij allemaal met een gedichtenbundel, waarin ik behoorlijk kritische gedichten over Coen publiceerde. Maar mijn kritiek werd nauwelijks opgepikt. Ik heb dat jaar maar 25 bundels verkocht."

Tekst gaat door onder het gedicht

Dirk Beemster. Eén van de hekelgedichten die Dirk Beemster schreef in 1987

Tijdens de herdenking van de 400ste geboortedag van Coen stond Dirk met een groot spandoek bij het standbeeld. Verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie prins Claus, bezochten een tentoonstelling over Coen in het Westfries Museum en woonden een herdenkingsbijeenkomst bij. "Toen al die hoogwaardigheidsbekleders daar waren, stond ik daar eigenlijk in mijn eentje met een spandoek. In die tijd beheersten die protesten echt mijn gedachten."

Toch was Dirk daar niet helemaal alleen. Zo verspreidde een groep Molukkers tijdens de herdenkingsdienst pamfletten, waarmee ze aandacht vroegen voor de moordpartijen van Coen op de Indische en Molukse bevolking. De Molukse kunstenaar Willy Nanlohy bedekte de beelden die hij voor de tentoonstelling had geïnstalleerd met zwarte kleden als teken van rouw en overhandigde aan prins Claus een bundel met daarin de wandaden van J.P. Coen

Tekst gaat door onder de foto

Croes, Rob C. / Anefo - Croes, Rob C. / Anefo - Nationaal Archief, CC0

Aandacht van de gemeente 

Dirk Beemster gaf naar eigen zeggen 'het stokje over' aan Eric van de Beek. Die pleitte in 2011 op de website verbeterdebuurt.nl voor het vervangen van het beeld van Coen. Vervolgens diende hij een burgerinitiatief in. Daarop kreeg hij positieve respons en de aandacht van de gemeente. 

"Uiteindelijk was het nog nooit eerder in de gemeenteraad besproken", vertelt Van de Beek.  De gemeenteraad besloot uiteindelijk tot het plaatsen van een nieuwe tekst bij het standbeeld.

"Maar nog geen twee maanden na dit besluit viel het beeld van zijn sokkel door een hijskraan tijdens het slopen van de kermis" vertellen Eric en Dirk beiden. "Dat heeft weer voor een hoop commotie gezorgd. Tegenstanders wilden niet dat het beeld nog gerestaureerd zou worden. Men heeft zelfs nog een tijdje gedacht dat ik de bestuurder van de hijskraan heb omgekocht", vertelt Dirk.

Bekijk hier de reportage terug van het terugzetten van het beeld. Tekst gaat door onder de video

J.P. Coen teruggeplaatst op sokkel ARCHIEF - NH Nieuws

Uiteindelijk besloot de gemeente toch om het beeld te restaureren. Maar daar eindigde het protest niet. "Toen het West-Fries museum een glossy over Coen uitbracht heeft iemand een portret van Hitler bij het beeld geplaatst. En tijdens een stille tocht ter nagedachtenis voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog schreef iemand een kruisje met 15.000 op de sokkel van het beeld, om mensen te herinneren aan de 15.000 doden waar Coen verantwoordelijk voor was."

In een heel ander licht

In 2013 werd Jan Pieterszoon Coen letterlijk in een heel ander licht geplaatst. Ter nagedachtenis van alle slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme in onze geschiedenis, werden er duizenden waxinelichtjes ontstoken. Het idee kwam van Max van der Werff en hij kreeg bij het onsteken veel hulp van Hoornse inwoners.

Tekst gaat door onder foto

Marjolein van Pagee. Lichtmonument 2013

Toen het Westfries Museum in 2012 een tentoonstelling in organiseerde, waarbij Jan Pieterszoon Coen als beklaagde in een rechtzaak werd behandeld, vond nog tweederde van de bezoekers dat het standbeeld moest blijven staan.

De huidige protesten werpen weer een nieuw licht op deze zaak. Ook Dirk Beemster kijkt er met andere ogen naar dan vroeger. "In 1987 was ik jong, wild en onbesuisd. Nu denk ik er genuanceerder over. Uiteindelijk is polarisatie het meest verderfelijk. Je hebt nu twee groepen die ruzie maken. Maar dat lost niks op. We moeten er juist voor zorgen dat die twee groepen samen in gesprek gaan."

💬 Whatsapp ons!
Heb jij tips? Of een interessante foto of video gemaakt? Stuur ons jouw nieuws op 0630093003!

Whatsapp