65.000 stemmen 70+'ers niet meegeteld door fouten bij briefstemmen

9 april 2021, 07.01 uur

Controle briefstemmen - ANP

Bij de Tweede Kamerverkiezingen zijn zo'n 65.000 briefstemmen van 70-plussers niet meegeteld omdat ze niet op de juiste manier waren uitgebracht. Dat aantal is goed voor bijna één zetel.

De NOS en de Open State Foundation, een organisatie die zich inspant voor een digitaal transparante overheid, onderzochten de processen-verbaal van de vooropening van de briefstemmen. De meest gemaakte fout door de kiezers is dat de 'stempluspas' niet was meegestuurd. Daarnaast zat in veel enveloppen helemaal geen stembiljet.

Bij de einduitslag van de verkiezingen meldde de Kiesraad dat 0,29 procent van de briefstemmen ongeldig was verklaard. Er was echter niet bekeken hoeveel briefstemmen er al afvielen voordat het tellen begon. Dat deel 'terzijde gelegde stemmen' blijkt nu 6 procent te zijn.

Verschil tussen 'terzijde gelegd' en 'ongeldig'

 

Bij het vooropenen van de briefstemmen controleerde elke gemeente of kiezers wel de procedure goed hadden gevolgd. Zo moest er een geldige stempluspas in de retourenvelop zitten en natuurlijk een stembiljet.

 

Enveloppen waarin een van beide ontbrak, werden terzijde gelegd en telden dus niet mee, ook niet bij het opkomstcijfer. Dit gebeurde bij 6 procent van de ingestuurde of afgeleverde briefstemmen. Met 1.069.048 briefstemmen was niets mis en deze werden dus wel meegeteld.

 

Stemmen die wel volgens de juiste procedure zijn opgestuurd of weggebracht maar waarbij iets is misgegaan op het stembiljet (er zijn bijvoorbeeld twee vakjes aangekruist) zijn ongeldig verklaard. Dat gebeurde bij 0,29 procent van de briefstemmen.

Vanwege corona had het kabinet bij de afgelopen verkiezingen 70-plussers de mogelijkheid gegeven om ook per post hun stem uit te brengen. Maar al op de eerste dag, maandag 15 maart, kwam bij het vooropenen van de retourenveloppen aan het licht dat veel mensen de procedure niet goed hadden gevolgd.

Zo zat er regelmatig geen stempluspas in de retourenvelop. De dichtgemaakte stembiljet-envelop, die ook in de retourenvelop zat, mocht op dat moment nog niet worden geopend in verband met het stemgeheim. Al deze stemmen werden dus terzijde geschoven en zouden niet meetellen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten concludeerde later die dag dat het om 7 tot 8 procent van de briefstemmen ging.

Demissionair minister Ollongren besloot daarop de regels voor het briefstemmen nog tijdens de verkiezingen te veranderen. Gemeenten mochten vanaf dinsdag 16 maart ook de stembiljet-envelop openen om te kijken of een stempluspas per ongeluk daarin was gestopt. Ook de terzijde gelegde briefstemmen van de eerste dag werden door alle gemeenten opnieuw gecontroleerd.

Een voorbeeld van een aangepast proces-verbaal - Gemeente Sluis

De wijziging van de regels had voor 25 gemeenten ook een ander gevolg: zij kregen opeens postzakken vol stembiljet-enveloppen zonder adres bezorgd. Zo'n 33.000 mensen hadden de formulieren namelijk niet in de geadresseerde retourenvelop gestopt maar in de stembiljet-envelop, bedoeld voor de geheimhouding.

Omdat daar geen retouradres op stond, bezorgde PostNL na overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken die enveloppen bij 25 grote gemeenten in de buurt van de sorteercentra van het bedrijf. Deze gemeenten moesten dus al deze postzakken doorzoeken in de hoop een stempluspas en daarmee ook een bijhorende gemeente aan te treffen. Dat laatste gebeurde slechts in enkele gevallen.

Dubbeltellingen of alsnog naar het stembureau?

 

Wat niet uit de processen-verbaal is op te maken, is of er mensen zijn die zowel de retourenvelop (met daarin bijvoorbeeld de stempluspas) als de ongeadresseerde stembiljet-envelop (met daarin het stembiljet) los van elkaar op de post hebben gedaan. Hierdoor zou een aantal dubbeltellingen kunnen zijn ontstaan.

 

Ook zou het kunnen dat iemand die vergeten was de stempluspas mee te sturen alsnog met die pas naar een stembureau is toegegaan. Ook dit is niet in de processen-verbaal na te gaan.

 

Ten slotte is ook niet geregistreerd hoeveel briefstemmen er te laat zijn binnengekomen.

Uiteindelijk heeft de aanpassing van de minister dus maar beperkt effect gehad. In plaats van 7 tot 8 procent werd 6 procent van de briefstemmen niet meegeteld. Deze stemmen zijn daarmee verloren gegaan.

Toch staat het ministerie nog altijd achter de keuze om het briefstemmen toe te staan voor alle 70-plussers. "Natuurlijk is elke niet-getelde stem er een te veel, maar al met al zijn we tevreden over hoe het is verlopen", zegt een woordvoerder.

"In algemene zin is de kans op fouten bij briefstemmen namelijk groter dan in het stemlokaal, omdat er meer handelingen bij komen kijken", legt ze uit. "In bijvoorbeeld Oostenrijk, waar briefstemmen al langer mogelijk is, was het percentage niet-meegetelde stemmen bij de laatste verkiezing 5,7 procent. En in het Verenigd Koninkrijk bij de introductie circa 4 procent."

Om de verkiezingen tijdens de coronapandemie zo toegankelijk mogelijk te maken is het risico op deze verloren stemmen dit keer dus op de koop toegenomen. Wel heeft het ministerie onder de noemer 'Elke stem telt' een campagne gevoerd om het proces uit te leggen.

Onderzoek NOS en Open State Foundation

 

Alle gemeenten hebben in processen-verbaal vastgelegd hoeveel briefstemmen bij vooropening terzijde zijn gelegd, maar deze aantallen zijn na de verkiezingen nergens centraal opgeteld en bestudeerd.

 

De meeste gemeenten hebben de stukken wel online gepubliceerd. Om in kaart te brengen hoeveel 70-plussers hun stem verkeerd hebben uitgebracht, heeft de NOS samen met de Open State Foundation een gewogen steekproef onder 40 procent van de gemeenten gedaan. De database en de verantwoording van het onderzoek zijn hier te vinden.

 

In het onderzoek zijn de briefstemmen van Nederlanders in het buitenland niet meegenomen.