Ga naar Content

Duikers hopen nog op restanten Spaanse vloot van de Slag op de Zuiderzee in 1573

Bij de Slag op de Zuiderzee in 1573 ging de onoverwinnelijk geachte Spaanse vloot ten onder. Eerst tegen de watergeuzen bij Marken en later definitief voor de kust van Hoorn. De slag zou een keerpunt blijken in de strijd tegen de Spanjaarden. Op dit moment wordt door duikers gezocht naar overblijfselen van die slag. Na anderhalf week zoeken is helaas nog niets uit die tijd boven water gehaald. "Maar ik geef nooit op," zegt onderwaterarcheoloog Wouter Waldus. "Het moet er liggen." 

Archeoloog Wouter Waldus met een kruik uit een 16e-eeuws scheepswrak. - Foto: Eigen foto

Op de bodem van het IJ ter hoogte van Schellingwoude zouden resten moeten liggen van de scheepsblokkade die de watergeuzen in 1573 opwierpen tegen de Spaanse galjoenen van admiraal Bossu. "Vorig jaar vonden we aanwijzingen dat er mogelijk wrakken liggen", vertelt Wouter, "we weten dat de geuzen daar een blokkade hebben gemaakt van oude schepen, stenen van de gesloopte kerk van Schellingwoude en zelfs grafstenen." 

Op vier plekken is tot drie meter in de bodem van het IJ naar resten van die blokkade gezocht maar helaas niets gevonden. "Dat is heel jammer," zegt Wouter, "maar dat wil niet zeggen dat er niets ligt. Het is een bodem van hele zachte klei dus het kan best zijn dat het veel dieper ligt." Alleen voor dit moment hebben ze de zoekactie in het IJ moeten staken en verplaatst naar het Markermeer ter hoogte van Hoorn en Enkhuizen. 

Spaans galjoen

Daar zijn in het totaal nu zeven wrakken aangetroffen. "Vier hebben we al gevonden en onderzocht. Helaas geen oud Spaans oorlogschip. Eén wrak komt uit de 16e eeuw en is te klein en de rest uit andere tijden. Misschien dat we geluk hebben met de overgebleven drie."

Het Markermeer is een kerkhof van duizenden schepen uit verschillende eeuwen. "Dat is voor een archeoloog prachtig maar maakt een specifieke speurtocht naar Spaanse galjoenen extra ingewikkeld."

In september 1573 vaart admiraal Bossu met zijn vloot door de scheepsblokkade van het IJ richting de Zuiderzee om daar de strijd met de Geuzen aan te gaan. Schilderij Arnold de Lange 2022 - Foto: Eigen foto

De Spaanse vloot werd voor een aanzienlijk deel op een Amsterdamse werf gemaakt.  Amsterdam stond ook aan de kant van de Spaanse overheerser. Het vlaggenschip van admiraal Bosse was de Inquisitie, zo genoemd door de watergeuzen vanwege de Spaanse vervolgingen.

Een heldhaftige matroos, Jan Haring genaamd, was degene die op het admiraliteitenschip uiteindelijk de vlag wist te bemachtigen. Hij werd hierna doodgeschoten,  maar het betekende wel  het einde van de strijd: de andere Spaanse schepen sloegen op de vlucht omdat ze dachten dat hun admiraal zich had overgeven. De Spaanse overheersing was ten einde.

De zoeklocaties in het Markermeer naar de restanten van de Slag bij de Zuiderzee in 1573. - Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

In Monnickendam is afgelopen zomer de Strijd om de Zuiderzee groots gevierd. In het weekend van 14 en 15 oktober pakt Hoorn uit met uitbundige festiviteiten. Op 11 oktober verschijnt er een boek over de Slag bij de Zuiderzee van o.a. Wouter Waldus bij uitgeverij Noord Holland.

Lees ook