Start van hoofdcontent

Amsterdam

NL
V

Critici eisen verandering Pride-organisatie: "De directie begrijpt de tijdsgeest niet"

25 juni 2022, 07.00 uur · Aangepast 25 juni 2022, 09.34 uur · Door Michiel Klaassen

De Stichting Pride Amsterdam is niet in staat tot zelfreflectie en luistert niet goed. Dat komt naar voren in gesprekken die NH Nieuws voerde met een deel van de Amsterdamse regenboog gemeenschap, waar onvrede bestaat over de organisator van het jaarlijkse Pride-feest. Een nieuw onderzoek legt de frustraties bloot.

Voor het eerst in drie jaar barst begin augustus weer een ouderwetse Amsterdamse Pride los. Met optredens en evenementen door de hele stad, de snel populairder wordende Pride Walk en natuurlijk de botenparade, de grote publiekstrekker op de laatste zaterdag.

Het merendeel van de feestvierders en deelnemers geniet al jaren met volle teugen van de Pride. Maar sommige Amsterdammers die actief zijn in lhbti+ kringen zien het knarsetandend aan. Zij zien een evenement dat niet met zijn tijd is meegegaan, georganiseerd door een organisatie die volgens hen dikwijls de verkeerde zaken centraal stelt: zichzelf.

Generatieconflict

Iline Ceelen deed onderzoek naar de botenparade en de Pride-week voor haar master sociologie aan de Vrije Universiteit, in opdracht van de Stichting Pride Amsterdam. Aan de hand van gesprekken met zo’n vijftig Amsterdammers uit de lhbti+ gemeenschap stelt Ceelen vijf onderwerpen vast waar het knelt en schuurt. Eén van die spanningsvelden betreft de stichting zelf, dat sinds 2014 de Pride-week in de hoofdstad organiseert.

Ceelen: “In de gesprekken kwam naar voren dat er spanning zit tussen de gemeenschap en de directie van de Stichting Pride Amsterdam. Sommigen vinden dat hun verhaal niet wordt gehoord, of dat ze geen toegang krijgen om hun verhaal te vertellen. Anderen hebben een nare ervaring gehad, waardoor ze geen vertrouwen meer hebben in de organisatie.”

Een veelgehoorde klacht is dat de directie de generatie van nu niet begrijpt. “De gemeenschap is de afgelopen dertig jaar veel diverser geworden”, zegt Ceelen. In de jaren negentig stond de strijd om gelijke rechten nog centraal. Nu spelen er andere thema’s, waarin het meer draait om acceptatie om af te wijken van de norm. “De nieuwe generatie kijkt anders tegen de problemen aan. Zij willen juist de ruimte krijgen om anders te kunnen zijn. De directie begrijpt de huidige tijdsgeest niet.” Een generatieconflict dus, waarin de directie het verwijt krijgt de taal van de nieuwe lichting niet te spreken en hun problemen niet te begrijpen.

Het vraagstuk of de Pride en de botenparade een feest of een protest moeten zijn, speelt al langer:

Moet de Pride veranderen? "Het moet inclusiever" - NH Nieuws

Nieuw beleid

Het onderzoek van Ceelen komt op een interessant moment. Niet alleen kiest de gemeente later dit jaar wie de Pride de komende jaren mag gaan organiseren, ook zijn ambtenaren de afgelopen maanden bezig geweest met het opnieuw vormgeven van het Pride-beleid. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met leden uit de gemeenschap, van wie een aanzienlijk deel uit de activistische hoek. Het college en de gemeenteraad moeten zich nog buigen over dat beleid, dat in het najaar wordt vastgesteld.

Wel zijn de hoofdlijnen van het aangepaste beleid al bekend. Daarin staat dat de organisatie van de Pride meer ruimte moet bieden aan gemarginaliseerde groepen, zoals de transgemeenschap en groepen van kleur. Daarmee krijgt de roep uit de gemeenschap gestalte om de aandacht en doelgroep van de Pride te verbreden.

Ook opgenomen in de hoofdlijnen: een aantal nieuwe eisen voor de organiserende partij. Zo komt er meer toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een raad van toezicht, een klachtenprocedure en er wordt een klachtencommissie ingesteld. In gesprekken die NH Nieuws voerde met actieve leden van de gemeenschap worden die eisen gezien als een broodnodig controlemechanisme, dat tot op heden ontbrak. Zij vinden al tijden dat de Pride meer om de regenboog gemeenschap moet gaan, en minder over de stichting zelf, maar konden die kritiek tot nu toe niet goed kwijt. Veel van die kritiek richt zich nadrukkelijk op de directeur van de Stichting Pride Amsterdam, Lucien Spee.

Briljante Bullebak

Het is 2011 en Irene Hemelaar is voorzitter van ProGay, de stichting die op dat moment de Pride organiseert. Lucien Spee meldt zich bij haar op kantoor: hij heeft tijd over en wil helpen. “Hij werkte drie dagen per week voor een investeerder, zat er financieel goed bij en wilde graag iets terugdoen voor de maatschappij.” Aanvankelijk verloopt de samenwerking met Spee goed, mede door zijn uitstekende zakelijke instincten. “Weet je, sommige mensen zijn gewoon briljant. Lucien ís briljant. Van iedere euro maakt hij er tien en hij werkt ongelooflijk hard.”

Spee en Hemelaar stappen niet lang daarna uit ProGay en beginnen Amsterdam Gay Pride, tegenwoordig de Stichting Pride Amsterdam. In 2014 halen zij de concessie binnen om de Pride te mogen organiseren. Ze worden allebei directeur en behalen mooie successen, maar later gaat het toch knetteren tussen de twee. “Lucien ziet een manier en dat is dan ook het pad dat bewandeld moet worden. Dat heeft veel opgeleverd. Maar als hij zijn zin niet krijgt, kan hij een bullebak zijn.”

Amsterdammers die actief zijn in lhbti+ organisaties vertellen over vervelende ervaringen met de stichting en de directeur. Sommigen doen anoniem hun verhaal, omdat ze zeggen bang te zijn voor de gevolgen als ze met naam en toenaam hun verhaal doen.

“Af en toe klopten ze bij ons aan omdat ze hoopten op onze publieke steunbetuiging, bijvoorbeeld als ze hun aanvraag deden voor de evenementenvergunning bij de gemeente”, vertelt een voormalig bestuurslid van een belangenvereniging. “Wij hoopten dat ze in ruil voor onze steun ook veranderingen zouden doorvoeren op het gebied van inclusiviteit. Dat gebeurde niet. Dus de laatste keer dat zo’n verzoek kwam, appte ik Lucien dat wij neutraal zouden blijven. Lucien is met mijn appje naar het bestuur gegaan, dat laaiend reageerde. Wij hadden toen al een plek gekregen in de volgende botenparade, waarvoor al een act en een uitdossing geregeld was, maar dat kon toen ineens niet meer. We mochten alleen met een minimale uitvoering van de boot meevaren. Toen dachten wij: oké, zo werkt het dus. Sindsdien zijn we nooit meer door de loting gekomen.”

Een andere activist en organisator die veel met de Pride samenwerkt: “In een gesprek met Lucien werd me aan het begin een subsidie toegezegd. Toen ik later in het gesprek wat kritische punten maakte, begon hij me uit te kafferen en dreigde hij: ‘Wil je dat geld nou hebben of niet?!’ Terwijl hij net toe had gezegd dat het op de begroting stond! Dat is intimidatie. Lucien is een geldtovenaar en een goede zakenman, dat klopt. Maar hij mist het sociale en kan niet met kritiek omgaan.”

Anderen storen zich aan het uitdelen van VIP-bandjes en de feestjes in The Grand, een hotel aan de Oudezijds Voorburgwal. 

In gesprekken die Ceelen voerde voor haar onderzoek wordt de stichting gezien als erg machtig. "De directie is een beetje een dictator, die bepaalt wat er wel en niet gebeurt", aldus een geïnterviewde. "Ze zijn de band met de gemeenschap totaal kwijt." Ceelen benadrukt dat ze in haar onderzoek niet specifiek naar namen heeft gezocht, maar bevestigt dat de naam van de directeur vaak is genoemd.

Alleskunner in een slangenkuil

Tegelijkertijd wijzen veel geïnterviewden op de moeilijke omstandigheden waarin Spee en de stichting hun werk doen: in een gefragmenteerd landschap waarin ondernemers, belangenclubs en activisten vechten voor hun zaak. Niet voor niets stelt masterstudent Ceelen in haar onderzoek vast dat ook de onderlinge verdeeldheid in de gemeenschap veel spanningen veroorzaakt. “Het klopt dat Lucien vanuit zijn ego kan reageren”, vertelt iemand die al jarenlang met de stichting werkt. “Maar hij krijgt wel dingen gedáán. ”Alle geïnterviewden bevestigen: ‘het is een slangenkuil, ga er maar aanstaan’. Daarnaast wijzen velen op de waarderings- en bezoekerscijfers onder het brede publiek, die al jaren torenhoog zijn.

Siep de Haan was de grote man achter Gay Business Amsterdam, dat de Pride van 1996 tot 2005 organiseerde. “Ik ken het wespennest waar zo’n organisatie in kan komen. Het is onmogelijk het alle mensen naar de zin te maken.” Hij kijkt met ontzag hoe de Stichting Pride Amsterdam te werk gaat, hoe die met de tijd meegaat onder leiding van alleskunner Spee. “Dat je al die ballen in de lucht houdt - alleen maar respect. En nee, niet alles gaat goed, maar er mag ook best eens wat aandacht naar wat wél goed gaat. Mijn ervaringen met de stichting zijn in elk geval alleen maar positief.”

Siep de Haan zet zich nog steeds in voor de Pride, onder meer op het gebied van cultuur:

Pride in het Muiderslot - NH Nieuws

Binnen de stichting werken verschillende commissievoorzitters goed samen met Spee. “Wij hadden onlangs een aanvaring met hem”, vertelt Constance Steenkamp-Faaij van Women & Pride. “Maar daar zijn we uitgekomen.” Marco Altena van de jongerencommissie: “Ik werk prettig met hem samen. Hij kan streng zijn maar ik krijg veel ruimte om zelf onze koers te bepalen.” Wel herkennen ze allebei de moeilijkheden die er zijn met het bereiken van bepaalde doelgroepen binnen de gemeenschap. Steenkamp-Faaij: “Ik vind dat erg jammer, daar werken we ook hard aan. Maar het is ook andersom: de deur van de stichting staat open, maar je moet er wel zelf doorheen lopen.”

Ook oud-directeur Hemelaar wil dat er erkenning is voor alles wat Spee en de zijnen voor elkaar krijgen. “Ik zou me in de handjes knijpen met een directeur als Lucien. En hij groeit zelf ook als persoon, hè. Dat hij tegenwoordig hij/hem achter zijn naam heeft staan in mails en op Instagram - dat had ik een paar jaar geleden nooit voor mogelijk gehouden.”

Verder zijn er veel tekenen dat de stichting zich de kritieken wel degelijk aantrekt. In de directie, het bestuur en onder de Pride-ambassadeurs is steeds meer diversiteit in kleur, geaardheid en gender. Ook probeert de stichting in kaart te brengen welke delen van de community over het hoofd worden gezien. In juni stelde de stichting 25.000 euro extra beschikbaar voor ‘groepen waarmee we nog niet samenwerken’. Dat actievoerders dat zien als bewijs dat de stichting de gemeenschap dus niet goed kent, is voor meerdere sprekers een voorbeeld hoe lastig het navigeren is voor de stichting: “Je kan het eigenlijk nooit goed doen.”

Horeca

Maar er is een andere groep die het regelmatig aan de stok heeft met de stichting: de horeca. Tijdens de Pride missen zij de vrijheid om zelf een deel van hun zaken te regelen. Sommige ondernemers willen niet meer onder de parapluvergunning van de stichting vallen en regelen zaken als de schoonmaak en beveiliging liever zelf. Het is een vete die soms publiekelijk wordt uitgevochten. Als een deel van de Reguliersdwarssstraat, dé homouitgaansstraat bij uitstek, onder de parapluvergunning wil uitkomen, spreekt Spee in een Parool-interview uit 2017 van ‘een heel vervelend spel over onze rug heen’.

Later worden de verhoudingen nog stekeliger, blijkt uit een mailwisseling die NH Nieuws heeft ingezien. Het begint met een discussiestuk van drie pagina’s, waarin twee ondernemers de gemeente een voorzet geven voor een nieuwe Pride.

Spee lijkt dit te ervaren als een poging zijn gezag te ondermijnen. Hij brengt de leden van de horecacommissie van de Stichting Pride Amsterdam op de hoogte van het discussiestuk, waarbij hij sommige punten uit het stuk aanhaalt - niet als discussiepunten, maar als adviezen aan de gemeente. Hij kiest gevoelige punten uit, zoals het wijzigen van de route van de botenparade en om eens een doordeweekse dag te overwegen. Spee schrijft: “Ik denk dat onze community in het algemeen en jullie als (roze)ondernemers in het bijzonder niet heel blij zullen zijn indien de gemeente deze adviezen overneemt.”

Spee haalt ook publiekelijk uit, in zijn column in het blad Gay News in de herfst van 2020. “Deze mensen zien hun kans schoon in hun poging onze Pride in zijn huidige vorm om zeep te helpen.” Ze worden niet bij naam genoemd, maar wel benoemd als twee homoseksuele ondernemersverenigingsvoorzitters. Die reageren daarop in een mail: de column vinden zijn een ‘zeer bewuste poging om ons te beschadigen.’

Onder druk van het bestuur van de Pride haalt Lucien uiteindelijk bakzeil in een latere mail. “Hoewel mijn bestuur goed begrijpt dat ik geïrriteerd was en de actie van de heren bij mij als een ‘couppoging’ kon overkomen, vond ze tegelijkertijd mijn reactie daaromtrent niet handig voor een soepele samenwerking. Dat is uiteraard nooit mijn bedoeling geweest.”

Tussen één van de ondernemers is het eerder, in oktober 2019, al eens tot een stevige woordenwisseling gekomen, bij een openbare evaluatie van de botenparade en het feest op het Amstelveld. Als de ruzie een kookpunt bereikt, verheft Spee ten overstaan van een volle zaal zijn stem: “Ik ben mister Gay Pride!” Dit voorval is door meerdere aanwezigen bevestigd.

Portretfoto's

Criticasters menen een patroon te zien: de stichting en de directeur zouden zichzelf teveel centraal stellen in plaats van de gemeenschap. Een laatste voorbeeld stamt uit 2020. Als de botenparade door corona niet doorgaat, vraagt de stichting bij de gemeente een subsidie aan voor 80 abri’s. Elke deelnemende organisatie van de botenparade krijgt op de eigen poster de mogelijkheid haar boodschap uitdragen, staat in de aanvraag. De subsidie wordt toegekend, maar op de uiteindelijke abri’s staan 80 portretfoto’s. Onder de geportretteerden: directeur Spee en enkele bestuursleden van de Pride.

Stichting Pride Amsterdam kijkt ondertussen vooruit en benadrukt doorlopend met alle partners te willen samenwerken. Onlangs kwam het met de horeca tot een compromis: organisatoren van straatfeesten mogen dit jaar zelf hun beveiliging regelen. En het thema van de Pride dit jaar is: My Gender, My Pride. Een uitgesproken progressief thema, waaruit spreekt dat de stichting luistert naar wat er leeft in activistische kringen. Toch lijkt bij een deel van juist deze groep het vertrouwen in de stichting nagenoeg weg. Masterstudent Ceelen denkt dat het moeilijk wordt dat te herstellen. “Er is heel veel fout gelopen de afgelopen jaren. Hierdoor is ook geen samenwerking meer mogelijk tussen directie en bepaalde organisaties. Dan sta je ineens tegenover elkaar. En daar staan we nu.”

En Spee zelf? Die is de kritiek wel gewend. In april dit jaar deelt hij nog een kritisch opiniestuk over de botenparade op Instagram. “We gaan verder waar we voor corona gebleven zijn”, verzucht hij in het onderschrift. “Ik was even vergeten hoe het voelde.”

Dit stuk is in zijn geheel gedeeld met de Stichting Pride Amsterdam. Een woordvoerder laat weten vooruit te kijken naar een succesvolle Pride en slaat het aanbod om te reageren af.

💬 Wil je niets missen uit Amsterdam?

Tikfout gezien? Laat het ons weten via [email protected]