Start van hoofdcontent

AMSTERDAM

nl

De verdwenen stad: veemarkt en abattoir voor schonere stad

19 december 2021, 07.00 uur · Aangepast 19 december 2021, 10.19 uur · Door Robert Jan de Boer

In het programma De verdwenen stad gaan we iedere keer naar een andere plek in Amsterdam om te kijken hoe die in de loop van de tijd is veranderd. Deze keer zijn dat de Veemarkt en het abattoir aan de Cruquiusweg in Oost. Beide werden door de gemeente opgezet om een wildgroei aan slachters in de stad te voorkomen. 

Het voormalige veemarktterrein - Foto: Robert Jan de Boer

Onhygiënisch

Veel is er niet meer over van de oorspronkelijke plek. Het perron, waar de dieren uit de trein stapten, is er nog wel en ook het toegangshek met aan weerzijde de dienstwoningen is van de sloop gered. Maar van de bebouwing van voormalige veemarkt is alleen het karakteristieke koffiehuis nog over. Het binnenterrein biedt nu onderdak aan tal van ondernemingen.

De blokvormige bouwsels zijn er in de jaren tachtig neergezet en vallen qua architectuur flink uit de toon in vergelijking met de oorspronkelijke bebouwing. "Nee, de gebouwen zijn niet zo mooi", zegt buurtbewoner Leon Paquay. "Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met de aannemer die tijdens de bouw failliet ging. Toen heeft de bouw heel lang stilgelegen voor deel twee werd ontwikkeld."

Varkens op weg naar de veemarkt - Foto: Stadsarchief Amsterdam

"Het stonk verschrikkelijk. Men kampte met een groot hygienisch probleem"

leon paquay, buurtbewoner

Op het veemarktterrein moesten bedrijfjes uit de buurt een plek krijgen. Paquay: "Loodgieters, timmermannen enzo zaten in de wijken, maar dat wilde de gemeente niet meer. Uit overweging van overlast of wat dan ook. Hier zijn toen kleine bedrijfsunits ontwikkeld."

Om dezelfde reden is ooit de veemarkt en het abattoir hier ontwikkeld omdat ook dat in de stad gebeurde. Het vee werd verspreid door de stad in winkels en werkplaatsen geslacht. "Ik weet niet of je nog weet hoe groot een koe is", zegt Leon Paquay, "maar dat is best een werkstukje, zal ik maar zeggen. Daar kwam natuurlijk veel afval bij vrij en dat werd niet zo netjes opgeruimd. Het stonk verschrikkelijk. Men kampte met een groot hygiënisch probleem. De stad Amsterdam heeft toen besloten: we gaan dat oplossen door een eigen veemarkt en abattoirterrein te maken." Buiten de stad werden nu nieuwe faciliteiten opgericht.

Afmelker

Cor Langeveld kwam als jongetje vaak op de veemarkt wanneer zijn vader koeien ging verhandelen. "Mijn vader was een afmelker. Hij kocht koeien die net gekalfd hadden, die ging ie dan melken en afmesten." Als ze niet voldoende melk meer gaven, gingen ze naar de slacht. Cor vond het altijd een hele belevenis om mee naar de veemarkt te gaan: "Vooral als je naar het abattoir toeliep waar de koeien geslacht waren. De eerste keer schrik je wel, maar later wen je er aan." 

Het karakteristieke koffiehuis - Foto: Robert Jan de Boer

Boek

Het meest in het oog springende gebouw op het terrein is ongetwijfeld het voormalige koffiehuis. Hier warmden de boeren zich in de winter op met een kop koffie of dronken ze een borreltje als de koop was gesloten. "De handelaren hadden een flinke portefeuille, een boek noemde mijn vader dat", vertelt Jo Haen. Haar vader handelde in schapen. "Aan dat boek zat een ketting die door zijn knoopsgat ging. Dan kon het niet gestolen worden. Soms zaten er duizenden guldens in zijn portefeuille."

Kunstwerk ter herinnering aan de veemarkt - Foto: NH

Abattoir

Na de markt gingen de dieren naar het abattoir. Maar het was ook mogelijk om het vee nog een nachtje over te laten blijven als het niet meteen kon worden geslacht.  Het abattoir bevindt zich aan de overkant van de Veelaan. De dieren moesten dus de weg oversteken. Soms maakte een koe daarbij van de gelegenheid gebruik en zette ze op een lopen.

Paquay: "Dan gingen ze opeens de Indische buurt in. Was er ineens een koe los en zie 'm dan maar weer eens terug te krijgen."

Varkenskop herinnert aan het abattoir dat hier ooit was - Foto: NH

Varkenskop

Ook van het abattoirterrein is alleen het toegangshek met de dienstwoningen over. De rest is woongebied geworden. Tegen de muur van een van die woningen hangt nog wel een varkenskop achter tralies, ter herinnering aan wat hier ooit was. 

De veemarkt heeft hier tot 1974 plaatsgevonden. Het abattoir bleef nog tien jaar langer in bedrijf.  

Kijk hier voor meer afleveringen van De verdwenen stad

Download de app

🔔 Blijf op de hoogte van nieuws uit jouw regio, download de gratis NH Nieuws-app via de App Store of de Google Play Store.